Prostitutie
(Latijn: Prostituere betekent
oorspronkelijk: te koop aanbieden (pro
en statuo)) is het tegen betaling ter
beschikking stellen van het lichaam voor seksuele
handelingen.
Definities
Prostitutie wordt op
verschillende manieren beoefend:
Bij
tippelprostitutie wacht de prostituee,
meestal suggestief gekleed, op straat op
klanten. De klanten rijden in hun auto's langs.
De dienst wordt verleend in de auto of in een
hotelkamer dichtbij. Deze vorm van prostitutie
heet tippelen en de vrouwen worden
tippelaarsters genoemd. Zij worden vaak
"beschermd" door een man, die souteneur
of pooier genoemd wordt. Misbruik komt
bij deze vorm van prostitutie vaker voor. Een
beperkt aantal gemeenten in Nederland kennen
speciale tippelzones.
De
bordeelprostitutie vindt plaats in bordelen;
huizen die speciaal voor prostitutie zijn
ingericht. Ze zijn vaak te vinden in de rosse
buurt in grote steden. In Nederland is in
2000 het bordeelverbod afgeschaft. Sindsdien kan
elke gemeente vaststellen hoeveel bordelen
binnen de gemeentegrenzen worden toegestaan, en
waar. De wet verplicht elke gemeente ten minste
één bordeel toe te staan.
Bij
raamprostitutie wacht de prostituee schaars
gekleed achter het raam van een gehuurde ruimte
op klanten. Deze vorm van prostitutie komt voor
in Nederland, België, Duitsland en Zwitserland.
De bekendste locatie in Nederland is het
Wallengebied in Amsterdam. Ook bij
raamprostituees komen souteneurs veel voor, maar
er zijn ook zelfstandig werkende prostituees.
Bij een
escortservice belt de klant een
bemiddelingsbedrijf op. Dit bedrijf stuurt
vervolgens een prostituee, in dit geval
callgirl genaamd, naar het huis van de
klant, of naar diens hotelkamer. Er zijn ook
veel zelfstandig werkende 'escorts', die voor
belangstellenden te vinden zijn via bepaalde
websites. De service van zo'n escortwebsite
bestaat over het algemeen alleen uit een 'gallery'
van advertenties met plaatjes en een korte
beschrijving. De prostituant betaalt de website
een bedrag voor het doorgeven van de
contactinformatie, en de prostituee betaalt
abonnementsgeld voor haar advertentie aan de
exploitant van de website. De rest van de
transactie is tussen klant en prostituee zelf.
Er zijn ook websites die geheel gratis
toegankelijk zijn. Internet is een medium wat
tegenwoordig veel gebruikt wordt voor
prostitutie en met name voor escortservice in de
homowereld, vaak via chatboxen en
profielensites. Uiteraard ook op heterochatboxen
en profielensites. Men kan via internet snel en
makkelijk een prostituee/escortservice vinden
als men een beetje de weg weet op het internet.
Bij
thuisprostitutie vindt prostitutie plaats
bij de prostituee aan huis. Soms heeft de
prostituee een camper op een vaste plaats staan,
waar de klant langskomt.
Tempelprostitutie is een vorm van
prostitutie waarbij de prostituees tempelslaven
zijn en hun seksuele diensten bieden voor de
god/godin. Het kwam in de Klassieke Oudheid voor
en bestaat nu ook nog in India en Nepal.
Prostitutie komt
ook voor in massagesalons, en in sommige
Aziatische landen ook in kapperszaken. Hier
worden de seksuele diensten aangeboden om een
grotere fooi te ontvangen.
Benamingen
De meeste
prostituees zijn vrouwen die hun diensten aan
mannen aanbieden, vaak worden zij ook hoer
genoemd. Dit woord is van Indo-Europese afkomst en
kwam zo in het Oudnoors terecht als hóra
(overspelige vrouw). Het woord is ook verwant met
het Latijnse carus (geliefde) en het
Oudindische kāma- (begeerte, vandaar
Kamasutra). Lichtekooi, lichte vrouw, licht
meisje, vrouw van lichte zeden en meisje van
plezier zijn ook benamingen voor prostituees.
Ook mannen kunnen
zich prostitueren; zij worden aangeduid als
prostitués. Mannen die zich aan mannen
aanbieden worden businessboy of
escortboy genoemd; een bekende pejoratieve
benaming is schandknaap. Mannen die hun
seksuele diensten aan vrouwen aanbieden worden
aangeduid als gigolo's.
Geschiedenis[1]
Het Oude
Griekenland
In de steden van
het Oude Griekenland (±1100 – 146 v.Chr.) was
prostitutie, van zowel vrouwen als mannen, een
tamelijk omvangrijke bedrijfstak, waar nauwelijks
geheimzinnig of veroordelend over werd gedaan. Aan
de legendarische bestuurder Solon wordt
toegeschreven dat hij rond 600 v.Chr. in Athene de
staatsbordelen instelde met gereguleerde prijzen,
zodat seksuele bevrediging ook bereikbaar werd
voor de gewone man met de smalle beurs.
Vrouwelijke
prostituees waren er in categorieën. Op de laagste
trede stonden de pornai, hoeren die als
slavin, of buitenlandse, eigendom waren van wat we
nu een ‘pooier’ zouden noemen, maar wat in die
tijd een gerespecteerde burger kon zijn: pooier
werd gezien als gewoon beroep, zoals cafébaas of
belastingophaler. De pooier stelde zijn hoeren te
werk in bordelen in de toenmalige ‘rosse buurten’
in de steden en havensteden. Een stap hoger op de
ladder stonden de zelfstandig werkende
prostituees: soms voormalige pornai die hun
eigen vrijheid hadden (terug-)gekocht, soms arme
weduwen, soms vrouwen van buitenlandse afkomst die
geen stadsrechten hadden. Hun tarieven varieerden
nogal; een enkeling slaagde erin een respectabel
fortuin bij elkaar te verdienen; in Athene moesten
deze prostituees zich laten registreren en een
belastingaanslag betalen. De hoogste categorie
waren de hetaeres, gezelschapsdames oftewel
courtisanes, die een hoge algemene ontwikkeling
hadden en konden converseren met beschaafde heren;
vergelijkbaar met de Japanse geisha’s. Sommige
hetaeres stonden in hoog aanzien, zoals Aspasia,
de maîtresse van de generaal en staatsman Pericles
in de vijfde eeuw voor Chr.; sommige waren zeer
rijk, woonden omringd door slaven in grote huizen.
Mannelijke prostitués
waren er vooral in de categorie pornoi,
doorgaans slaven of buitenlanders, in de
adolescentenleeftijd. Ze werkten in bordelen,
sommigen als gigolo voor vrouwelijke cliëntèle
maar de meerderheid werkte voor mannelijke
klanten. Er was ook een kleine categorie van
hetairekos, jongens die de puberteit al
ontgroeid waren maar door een man werden
onderhouden als minnaar, gezelschap, ‘escort’.
Voor (jonge) mannen was het echter wel een schande
om zich te prostitueren, en als het ontdekt werd
konden aan hen, als ze volwassen geworden waren,
bepaalde burgerrechten worden ontnomen. Want, zo
was de redenering (volgens de schrijver
Aeschines): wie zijn lichaam heeft verkocht voor
het plezier van anderen zal niet aarzelen de
belangen van de samenleving als geheel te
verkopen.
Romeinse wereld
In het Oude Rome,
waarvan de geschiedenis begon rond de tiende eeuw
voor Christus, was de organisatie van prostitutie
vergelijkbaar met die in het Oude Griekenland.
Toen het Romeinse Rijk rond het begin van onze
jaartelling sterk groeide waren prostituees/prostitués
doorgaans buitenlandse slavinnen/slaven, gevangen
of gekocht, of vondelingen die voor de prostitutie
waren opgevoed. Ook werden soms criminele vrije
vrouwen bestraft met prostitutie-slavernij. In
Pompeii, een stad ten zuiden van Napels met
tienduizend inwoners die in 79 n.Chr. werd
bedolven onder lava, werden negen bordelen met één
kamer, en een groot bordeel met tien kamers
aangetroffen.[2] Net als in de Griekse
wereld slaagden ook in het Romeinse Rijk sommige
prostituees erin zichzelf vrij te kopen.
Christendom
De
heilige teksten van jodendom en christendom,
Tenach en de Bijbel, doen geen duidelijk
veroordelende uitspraken over prostitutie (zie
Jodendom en christendom over prostitutie).
Desalniettemin lijken de dominante stromingen
binnen het christendom, die met name na 325 n.Chr.
grote invloed krijgen in het Romeinse Rijk, vrij
snel alle seksuele activiteit buiten het huwelijk,
en dus ook prostitutie, als onwenselijk,
verwerpelijk dan wel zondig te beschouwen.[3]
Vanaf 380 wordt één vorm van christendom
[4]
staatsgodsdienst in het Romeinse Rijk. Ondanks de
verwerping van prostitutie door de kerk wordt
prostitutie in het nu christelijke Romeinse Rijk
doorgaans toch getolereerd, bijvoorbeeld omdat
prostitutie ‘groter kwaad’ zoals verkrachting,
sodomie en masturbatie zou voorkomen.[5]
De
vermaarde kerkvader, theoloog en bisschop
Augustinus van Hippo (354-430 n.Chr.) zou al
gezegd hebben, dat het verdrijven van prostitutie
uit de samenleving, de samenleving ernstig zou
ontregelen.[6]
In 476 na Chr. stort het West-Romeinse Rijk in,
het Oost-Romeinse Rijk blijft nog duizend jaar
bestaan. De periode tussen ongeveer 500 en 1500 na
Chr. in West- en Midden-Europa, waar het
West-Romeinse Rijk had bestaan óf het christendom
vanuit de kerk ‘van Rome’ was verbreid, wordt
aangeduid als de ‘Middeleeuwen’.
Middeleeuwen
Als het
West-Romeinse Rijk is ingestort en de Romeinse
organisatie van de prostitutie daar wegvalt, zijn
veel prostituees desondanks nog steeds slavin. In
rooms-katholiek Europa verwerpt de kerk
prostitutie, maar prostitutie wordt doorgaans toch
getolereerd, bijvoorbeeld omdat prostitutie
‘groter kwaad’ zoals verkrachting, sodomie en
masturbatie zou voorkomen.[5]
Door religieuze campagnes tegen slavernij, en de
overgang naar een vrije-markteconomie, wordt
prostitutie een soort ‘bedrijfstak’, die vaak met
tegenzin en onder restricties getolereerd wordt
door de overheden. In de Hoge middeleeuwen (±
1000-1250) verbieden stadsbesturen meestal het
bedrijven van prostitutie binnen de stadsmuren,
maar gedogen haar daarbuiten, al was het maar
omdat hun gezag en macht niet verder reikt dan tot
die stadsmuren. In Noordwest-Europa wijzen
stadsbesturen ook regelmatig bepaalde straten aan
waar prostitutie wordt getolereerd. In latere
tijden wordt het in Zuid-Europa juist gebruikelijk
om officiële stadsbordelen in te stellen, en alle
prostitutie die daarbuiten plaatsvond strafbaar te
stellen.
Zestiende tot achttiende eeuw
Na epidemieën van
syfilis eind 15de eeuw, en verbreiding van meer
seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA's),
bestrijden kerk en overheden in Europa de
prostitutie fel. Bij de opkomst van de Reformatie
begin 16e eeuw sluiten in Zuid-Duitsland veel
steden hun bordelen in een poging de prostitutie
uit te roeien. Ook in Nederland wordt tijdens de
Opstand prostitutie onder invloed van de
Reformatie verboden. In de 18de eeuw wordt de
houding van de overheden in Europa tegenover
prostitutie weer toleranter.
Nederland
Negentiende eeuw
In 1811, tijdens de
Franse tijd in Nederland, werd het verbod op
hoererij afgeschaft met de invoering van de Code
Pénal. Ook nadat de Fransen vertrokken waren,
bleef dit van kracht - met als voornaamste
argument dat de prostituees verplicht konden
worden mee te werken aan medisch onderzoek.
Hiertoe werd vooral vanaf 1860 een sanitair
toezicht ingesteld, reglementering genoemd, om de
verspreiding van geslachtsziektes tegen te gaan.
Rond 1880 ontstond met de opkomst van de
vrouwenbeweging meer weerstand tegen deze
reglementering. Dit werd bekend onder de naam
abolitionisme, wat niet toevallig herinnerde aan
de strijd tegen de slavernij.
De abolitionisten
groeiden uit tot een verbond van protestanten,
feministen, vrijdenkers en socialisten en
progressieve liberalen. Voorman was dominee
Hendrik Pierson, die zich liet inspireren door
Josephine Butler. Hij richtte in 1879 de
Nederlandse Vereeniging tegen de Prostitutie op.
Twintigste eeuw
In 1911 bleek de
campagne van de abolitionisten succesvol met de
invoering van de zedelijkheidswetgeving (artikelen
250bis en 250ter). Hierin werd een verbod
ingesteld op bordeel houden, vrouwenhandel,
pooierschap en het tonen van voorbehoedmiddelen en
pornografie. Prostitutie zelf werd echter niet
verboden.[7][8][9][10]
Sinds de jaren
tachtig nam het aandeel (illegale) immigranten
onder de prostituees toe, vooral uit Zuidoost-Azië
en Midden- en Oost-Europa.
Prostitutiebeleid
Nederland
In 2000 is in
Nederland het bordeelverbod opgeheven. Dat wil
zeggen dat de exploitatie van prostitutie niet
meer strafbaar is. De opheffing van het
bordeelverbod had globaal twee doelen: enerzijds
het reguleren van de vergunde seksbedrijven om de
sector en de positie van de prostituees te
verbeteren en anderzijds het strenger optreden
tegen niet vergunde seksbedrijven om misstanden
beter aan te kunnen pakken.
Mensenhandel
Een belangrijk doel van het prostitutiebeleid is
het tegengaan van uitbuiting van mensen voor
prostitutie: mensenhandel[11].
Politie, justitie en het openbaar ministerie waren
ook vóór de opheffing van het bordeelverbod al
bezig met het aanpakken van mensenhandel. Er waren
protocollen, beleidsplannen en speciale
richtlijnen voor de aanpak van vrouwenhandel rond
de prostitutie. In een vertrouwelijk rapport uit
1998 aan de regering, stelde de Amsterdamse
politie dat op de Wallen 27 netwerken van
vrouwenhandelaren actief waren. Vrouwen stonden
vaak zeven dagen per week zestien uur achter de
ramen, werden doorverkocht aan andere handelaren
en souteneurs handelden in valse
identiteitspapieren, wapens, drugs en medicijnen.[12]
Datzelfde jaar stelde de Raad van
Hoofdcommissarissen dat politie en justitie ‘te
weinig weten over aard en omvang van handel in
vrouwen ten behoeve van prostitutie’[13].
In 1998 diende de regering een wetsvoorstel in
voor afschaffing van het bordeelverbod: die
afschaffing moet het mogelijk maken vrouwenhandel
met meer succes te bestrijden en ‘de uitbuiting
van minderjarigen, illegalen en onvrijwilligen in
de prostitutie te bestrijden en
hulpverleningsinstanties beter toegang te bieden
tot deze nu officiële beroepsgroep’. Niet iedereen
is het eens met de aanname dat de opheffing van
het bordeelverbod nodig is om mensenhandel beter
aan te pakken. Zij denken dat politie en justitie
reeds voldoende juridische en strafrechtelijke
mogelijkheden hebben om vrouwenhandel aan te
pakken, maar er te weinig capaciteit voor
reserveren. Het juridische kader is volgens hen
dus niet het probleem: het beter handhaven van de
huidige regels zou het probleem al kunnen
oplossen.
Opheffing
bordeelverbod
Op 1 oktober 2000
is de strafbaarstelling van exploitatie van
prostitutie officieel uit het wetboek van
strafrecht verdwenen. Mensen die in de prostitutie
werken moeten sinds 2000 ook belasting afdragen.
Effecten
wetswijziging
Het is niet
duidelijk wat de effecten zijn van de opheffing
van het bordeelverbod. De meeste onderzoeken laten
zien dat de positie van de prostituee in elk geval
nauwelijks is verbeterd, terwijl dit toch één van
de doelstellingen van de wetswijziging was. Wel
zijn er tekenen dat de prostitutiesector 'schoner'
is geworden. Doordat bedrijven een vergunning
moeten aanvragen kan de overheid eisen stellen aan
exploitanten en deze beter handhaven. Maar het is
ook mogelijk dat de overheid zich teveel heeft
gericht op de vergunde bedrijven en hierdoor de
niet-vergunde bedrijven teveel los heeft gelaten.
Vóór de opheffing van het bordeelverbod was de
prostitutiebranche in zijn geheel 'grijs': er was
een bordeelverbod, maar sommige bedrijven werden
gedoogd. Na de opheffing splitste de sector zich
in een 'wit' (vergund) deel en een 'zwart' (niet
vergund) deel. Over het niet-vergunde deel is
weinig bekend - juist doordat het niet vergund is.
Het lijkt redelijk aan te nemen dat er minder
misstanden in de vergunde bedrijven zijn, maar
diverse onderzoeken wijzen op het tegendeel:
-
Het
prostitutiebeleid richt zich op prostituees en
exploitanten. De pooier is eigenlijk buiten
beeld gebleven. Een rapport door het Willem
Pompe Instituut[14]
suggereert dat in de vergunde raamprostitutie op
de Wallen in 2004 nog altijd pooiers zijn die
vrouwen kunnen uitbuiten en dwingen tot
prostitutie. Met name Oost-Europese vrouwen
zouden door criminele pooiers of pooiergroepen
worden geëxploiteerd. Op een doordeweekse dag op
de Wallen zouden ongeveer 20 Nederlandse vrouwen
door pooiers worden gedwongen te werken. De
exploitanten van seksbedrijven verhinderen
volgens de onderzoekers niet dat prostituees die
voor een souteneur werken in hun bedrijf aan de
slag kunnen gaan. Dit probleem zou overigens
vooral spelen in de raamprostitutie en veel
minder in andere sectoren[15].
-
De Vierde
rapportage van de Nationaal Rapporteur
Mensenhandel 2005 geeft cijfers over de
mensenhandel in Nederland en suggereert dat die
zich vooral afspeelt in de seksbedrijven mét
vergunning.
-
In het rapport
Schone Schijn uit 2008, trekt de Landelijke
Recherche de conclusie dat vooral in de
raamprostitutiesector nog altijd mensenhandel
(lees: prostitutie onder dwang) voorkomt
[16].
Dit blijkt uit een strafrechtelijk onderzoek
(sinds 2006) naar een groep verdachten van
mensenhandel: de zaak 'Sneep'. Het rapport
signaleert "bedreigingen, geweld, angst en
afhankelijkheid" en stelt dat mensenhandelaren,
pooiers en bodyguards in de vergunde
raamprostitutie in Amsterdam, Alkmaar en Utrecht
jarenlang hun gang konden gaan.
Evaluatie 2007
Een in 2007 door
het Ministerie van Justitie uitgevoerd onderzoek
naar de effecten van de opheffing van het
bordeelverbod, stelt dat de gemeenten de
seksbedrijven beter onder controle hebben[17].
De arbeidsverhoudingen in bedrijven met een
vergunning zouden sinds de opheffing echter
nauwelijks zijn veranderd; van een betekenisvolle
verbetering op dat gebied is dus geen sprake. Het
aantal buitenlandse prostituees dat werkt zonder
een geldige verblijfsvergunning, zou zijn
afgenomen. Binnen de branche zou nog altijd
verwarring heersen over de vormgeving van de
arbeidsverhoudingen. Prostituees en exploitanten
melden dat de prostituees zelfstandig werkzaam
zijn, maar tegelijkertijd is er op grote schaal
betrokkenheid van exploitanten bij de
werkzaamheden van prostituees, op zo'n manier dat
in feite sprake is van gezagsverhoudingen. De
rechtspositie van prostituees zou voor verbetering
vatbaar zijn. In de huidige praktijk hebben
prostituees nog steeds vooral plichten en geen
rechten. Bijna 1 op de 10 prostituees zou hebben
aangegeven dat ze onder dwang is begonnen. Het
aantal seksbedrijven zou zijn afgenomen van 800
naar minder dan 500. Volgens het WODC is dat meer
een gevolg van de strengere regelgeving, dan van
de legalisering.
Aanvullende
maatregelen
In reactie op de
evaluatie uit 2007 heeft de regering een aantal
maatregelen aangekondigd om geconstateerde
problemen aan te pakken. In een brief aan de
Tweede Kamer (16 mei 2008) staat onder andere:
-
Het wordt verplicht
alle vormen van prostitutie te reguleren, dus
niet alleen seksclubs of raamprostitutie, maar
ook tippelen, escort en thuisprostitutie.
Gemeenten mogen wel zelf bepalen welke vormen
van prostitutie zij toelaten.
-
De nuloptie wordt
mogelijk gemaakt. Gemeenten kunnen zelfstandig
bepalen of prostitutiebedrijven zich al dan niet
binnen de gemeentegrenzen mogen vestigen.
-
De positie van
prostituees moet verbeterd worden door eisen te
stellen aan de exploitant met betrekking tot
werkomstandigheden, hygiëne en beheer.
-
Op de escortbranche
is nu weinig zicht. Er komt een landelijke
vergunningplicht om te voorkomen dat bedrijven
zich kunnen vestigen in gemeenten zonder
escortbeleid. Dit wordt geregistreerd in een
landelijk register van escortvergunningen.
-
Prostituees die
voor zichzelf werken krijgen een
registratieplicht of een licht vergunningregime.
Dit om te voorkomen dat er een vlucht ontstaat
naar dit deel van de branche.
-
Toezicht en
handhaving moeten worden verbeterd, waarbij niet
alleen politie en gemeenten, maar ook de
Arbeidsinspectie en de Belastingdienst actief
zullen meewerken bij integrale handhavingsacties.
-
Klanten moeten
inzicht krijgen in het verschil tussen legale en
illegale prostitutie. Dan kan - als sluitstuk -
het gebruik van diensten van een niet vergunde
exploitant of van een niet-geregistreerde
zelfstandige prostituee strafbaar worden
gesteld.
-
Verbetering sociale
positie prostituees: de meeste prostituees geven
de voorkeur aan zelfstandig werken en zien
zichzelf niet als werknemer, maar in de praktijk
blijkt in veel bedrijven sprake van zodanige
gezagselementen tussen exploitant en prostituee
dat sprake is van een dienstbetrekking. Er komt
een voorwaardenpakket voor zelfstandigheid.
Daarin staat onder meer dat de prostituee zelf
de eigen werktijden en kleding bepaalt. Als niet
aan het voorwaardenpakket wordt voldaan is
sprake van loondienst. De keuze is aan de
exploitant.
-
Er komt meer
aandacht voor uitstapprogramma's voor
prostituees die willen stoppen.
In juni 2008 zou het
debat worden gehouden in de Tweede Kamer over dit
voorstel van de regering.
België
In België is
prostitutie niet strafbaar, maar de wet verbiedt
de organisatie van prostitutie en de ondersteuning
van immigratie met het oog op prostitutie.
[18] Dit
om te voldoen aan de afspraken van de Verenigde
Naties hierover. In de praktijk wordt prostitutie
gedoogd. Vooral het Schipperskwartier in Antwerpen
en de buurt rond het Noordstation in Brussel zijn
gekende buurten met veel raamprostitutie.
Andere landen
In veel landen is
het verwerven van geld voor seks niet illegaal,
maar wel veel van de activiteiten daaromheen. Zo
mag een prostituee in veel landen geen klanten
werven ('soliciting'), zijn pooiers strafbaar,
evenals de eigenaars of werknemers van bordelen.
Er zijn vier manieren waarop overheden tegen
prostitutie aan kunnen kijken:
-
Afschaffen ('abolition')
-
Prostitutie is
immoreel en prostituees en hun klanten moeten
worden vervolgd (Verenigde Staten, met een
aantal uitzonderingen zoals Nevada);
-
Prostitutie is
een realiteit en prostituees, vooral vrouwen,
worden uitgebuit, maar moeten niet worden
gecriminaliseerd (Turkije);
-
Klanten buiten
prostituees uit. Prostituees worden niet
vervolgd, maar klanten en pooiers wel (Zweden,
waarschijnlijk binnenkort ook Noorwegen);
-
Prostitutie is
legaal, maar wordt niet aangemoedigd. Pooiers
zijn strafbaar (onder andere Groot-Brittannië
en Frankrijk).
-
Reguleren -
Prostitutie kan legale arbeid zijn; prostitutie
en exploitatie zijn legaal, maar gereguleerd
(Nederland, Duitsland en delen van Nevada in de
V.S.).
-
Legaliseren -
Prostitutie is een slachtofferloos delict en
moet compleet legaal worden gemaakt zodat het
geen ondergrondse activiteit meer is. Dan kunnen
de normale mechanismen in de maatschappij en de
van toepassing zijnde wetten in werking treden.
-
De-criminalisering
- Prostitutie is net als andere arbeid.
Seksbedrijven hoeven zich niet aan andere regels
te houden dan andere bedrijven. Criminalisering
werkt averechts voor sekswerkers (Australië,
Nieuw Zeeland).
Zweden
In Zweden is het
sinds 1 januari 1999 niet verboden seks te
verkopen, maar wel om seks te kopen. Dit heeft
volgens sommigen zeer positieve effecten gehad:
het aantal straatprostituees in Stockholm zou met
tweederde zijn gedaald en het aantal klanten met
tachtig procent[19].
Anderen zijn echter van mening dat prostitutie
voor een deel ondergronds is gegaan en dus
onzichtbaar is geworden voor de autoriteiten. Door
klanten van prostitutie strafbaar te stellen en de
politie meer te laten surveilleren, wordt het
risico voor prostituees vergroot en verspreidt
prostitutie zich over een groter gebied. Dit leidt
ertoe dat de prostituees minder veilig zijn dan
als ze samenwerken en dat ze hun strategie voor
het werven van klanten veranderen: ze werken meer
op donkere, afgelegen plekken en willen zo snel
mogelijk bij de klant in de auto stappen om
arrestatie te voorkomen[20].
Noorwegen
In Noorwegen werd in april 2008 een wetsvoorstel
ingediend om het kopen van seksuele diensten
strafbaar te maken - net als in Zweden. Het doel
van deze wet is de vrouwenhandel te bestrijden.
Minister van Justitie Storberget stelt dat
Noorwegen minder aantrekkelijk voor criminelen zal
worden als de wet van kracht wordt. Tegenstanders
zijn van mening dat het strafbaar stellen van
klanten leidt tot een 'ondergronds' circuit met
grotere risico's voor de veiligheid en
werkomstandigheden van prostituees.
Morele argumenten
In Nederland mogen
gemeenten geen morele argumenten meer gebruiken om
prostitutie te weren. Toch is de discussie over
prostitutie nog altijd moreel beladen. Sommigen
zijn van mening dat prostitutie nooit vrijwillig
kan zijn en kiezen op grond daarvan voor een
verbod, zoals Zweden. Het uitgangspunt dat
vrijwillige prostitutie mogelijk is (maar niet
vanzelfsprekend) ligt aan de basis van het
Nederlandse beleid. Aan het andere uiterste staan
mensen die van mening zijn dat prostitutie en
'gewone seks' nauwelijks van elkaar verschillen[21].
Gezondheid
Een risico van
prostitutie is het oplopen van SOA's. Dit omdat
prostituees seks hebben met veel verschillende
partners, en hierdoor de kans op besmetting
relatief groter is dan bij monogame personen.
Veilige seks met een prostituee verkleint de kans
op een SOA aanzienlijk. Bij veilige seks is de
kans op een SOA bij een prostituee even groot als
bij andere mensen. Dit geldt ook voor HIV; bij
veilige seks lopen prostituees en hun klanten geen
groter risico dan andere mensen[22].
Een specifiek kwetsbare groep is overigens die van
de tippelaarsters, omdat hier relatief meer
heroïneverslaafden onder zitten. Zij zijn
kwetsbaar wegens het mogelijk verkeerd gebruik van
naalden, niet vanwege hun beroep als prostituee
zelf.
Klanten
Er is inmiddels een
grote hoeveelheid boeken, artikelen en
tijdschriften geschreven over prostitutie.
Onderzoeken naar klanten van prostituees zijn
echter vrij zeldzaam: de meeste publicaties gaan
over prostituees, exploitanten of regelgeving.
Volgens een deskundige vormt onderzoek naar
klanten niet meer dan één procent van het totaal
aan onderzoek op het gebied van prostitutie.
Kennelijk zijn klanten van prostituees dus
nauwelijks interessant onderzoeksmateriaal. De
laatste jaren lijkt hier enige verandering in te
zijn gekomen: de kennis over klanten neemt toe.
Aantal klanten
Eén
van de eerste onderzoeken waarin werd getracht te
achterhalen hoeveel mannen betalen voor seks, was
een algemeen seksonderzoek in de Verenigde Staten
in 1948. De onderzoekers kwamen tot de schatting
dat twee op de drie mannen ooit in hun leven
hadden betaald voor seks en dat vijftien tot
twintig procent dit regelmatig deed. De door deze
onderzoekers gebruikte methode (mannen gaven
zichzelf op als netwerk van vrienden via
contactpersonen) is echter stevig bekritiseerd en
latere onderzoeken kwamen uit op lagere
schattingen. Uit een grootschalig Brits onderzoek,
dat vrijwel gelijktijdig werd gehouden in 1949,
waar op een andere manier een steekproef werd
getrokken, bleek dat een kwart van de mannen ooit
voor seks had betaald. Latere onderzoeken kwamen
uit op nog lagere percentages. In de Verenigde
Staten toonde The National Health and Social Life
Survey uit 1989 aan dat zestien procent van de
mannen ooit had betaald voor seks. In ongeveer
dezelfde periode kwamen Noorse onderzoekers tot de
constatering dat dertien procent van de Noorse
mannen ooit voor seks had betaald. Deense
onderzoekers kwamen enkele jaren later op exact
hetzelfde percentage uit. Brits onderzoek uit
ongeveer dezelfde periode kwam uit op zeven
procent en dat percentage werd een jaar later
bevestigd in het meest invloedrijke Britse
onderzoek naar seksueel gedrag waarvoor ruim
achtduizend mannen werden ondervraagd. In
Nederland is drie keer onderzoek gehouden onder
een aselecte steekproef van mannen waarin het
percentage klanten van prostituees werd gemeten.
In 1968 bleek dat twaalf procent van alle
Nederlandse mannen ooit een prostituee had
bezocht. In 1981 kwam men tot een schatting van
elf procent. Het meest recente onderzoek, uit
1989, gaf aan dat veertien procent van de
Nederlandse mannen ooit had betaald voor seks en
dat drie procent dit het afgelopen jaar tenminste
één keer had gedaan.
Klanten
per land
|
Land |
Ooit betaald voor
seks |
Onderzoek uit |
|
Verenigde Staten |
67% |
1948 |
|
Verenigde Staten |
16% |
1989 |
|
Groot-Brittannië |
25% |
1949 |
|
Groot-Brittannië |
6% |
1990 |
|
Groot-Brittannië |
7% |
1993 |
|
Groot-Brittannië |
7% |
1994 |
|
Groot-Brittannië |
9% |
2000 |
|
Nederland |
12% |
1968 |
|
Nederland |
11% |
1981 |
|
Nederland |
14% |
1989 |
|
Noorwegen |
13% |
1989 |
|
Denemarken |
13% |
1992 |
|
Australië |
16% |
2002 |
|
Schotland |
10% |
2006 |
Kenmerken klanten
Waar de meeste
studies het over eens zijn is, dat de vraag naar
betaalde seks groter is:
-
onder mannen die in
hun leven relatief veel verschillende seksuele
partners hebben,
-
onder oudere
mannen,
-
onder mannen die
vaak van huis zijn, en
-
onder mannen die
meer dan eens getrouwd zijn geweest.
Vraag:
groter of kleiner?
Het is moeilijk om
op basis van empirische resultaten te concluderen
of er meer of minder seks wordt gekocht door
mannen dan vroeger. Gegeven het feit dat mensen
gemiddeld steeds langer leven, gemiddeld meer
verschillende relaties na elkaar hebben (al dan
niet in een huwelijk) en arbeid steeds mobieler
wordt, lijkt het waarschijnlijker dat de vraag
naar seksuele diensten toeneemt, dan dat deze
afneemt.
Een onderzoek uit
2007 van het Ministerie van Justitie naar de
effecten van de opheffing van het bordeelverbod,
stelde dat zowel het aanbod van als de vraag naar
prostitutie zijn afgenomen.[17]
Dit komt volgens de onderzoekers vooral door de
verslechterde economie, de groei van Internet (en
dus 'webcamseks') en de seksualisering van het
uitgaansleven.
Slavernij en dwang rondom prostitutie
In veel rijke
landen werken illegale immigranten in de
prostitutie, vaak tegen hun wil. De term die
hiervoor wordt gebruikt is seksuele slavernij of
mensenhandel. Soms worden de vrouwen in het land
van herkomst geronseld onder belofte van een goede
baan, en daarna eenvoudigweg verkocht aan
organisaties die hun lichaam exploiteren. Doordat
ze illegaal in het gastland verblijven, kunnen ze
niet anders dan gehoorzamen aan hun exploiteurs
omdat ze anders gevangen zullen worden gezet of
teruggestuurd. Daarnaast worden de vrouwen vaak
bedreigd of mishandeld om gehoorzaamheid af te
dwingen. In Nederland wordt illegale vrouwen die
aangifte doen van mensenhandel een tijdelijke
verblijfsvergunning aangeboden, in de hoop dat
hiermee de aangiftebereidheid wordt vergroot.
Seksuele slavernij
vindt ook plaats in sommige Aziatische landen als
India en Thailand. Daar worden jonge meisjes soms
door hun ouders verkocht aan bordeelhouders. In
Thailand vindt dit recentelijk steeds minder
plaats. Bij Tempelprostitutie zijn de prostituees
tempelslaven en bieden zij hun seksuele diensten
voor de god/godin. Het bestaat nu nog in India en
Nepal.
Vanaf de jaren '90
kennen we in West-Europa het fenomeen 'loverboy'.
Een loverboy is een pooier die - vaak jonge -
meisjes via verleidingstactieken inpalmt om hen op
den duur in de prostitutie uit te buiten. Als ze
eenmaal in de prostitutie beland zijn, worden de
meisjes onder druk gezet om binnen het circuit te
blijven.
Sekstoerisme
In de cultuur van
India en Thailand is het bijna "gewoon" om een
prostituee te bezoeken. Thailand is ook het doel
van veel sekstoeristen: reizigers uit rijke
landen die op zoek zijn naar goedkope seks.
Daarbij kopen zij soms ook seks met minderjarigen.
Andere bestemmingen voor sekstoeristen zijn
Brazilië, de Filipijnen, de Caraïbische eilanden
en landen in het voormalig Oostblok. Gambia is in
opkomst als sekstoerisme-bestemming, ook voor
vrouwen.
Advertenties
Net als andere
dienstverleners gebruiken prostituees regelmatig
advertenties om klanten te werven. Met name
callgirls, thuisprostituees en sexclubs gebruiken
dergelijke advertenties. De wetgeving op het
gebied van dergelijke advertenties verschilt per
land:
-
In Nederland is het
adverteren voor prostitutie legaal. In diverse
reguliere kranten zijn advertenties voor
prostitutie te vinden.
[23]
Daarnaast staan er advertenties voor Nederlandse
prostituees op het internet.
-
In Duitsland, waar
vormen van prostitutie legaal zijn, is het
adverteren voor prostitutie illegaal.
Prostitutie komt echter ook voor in zogenaamde
sauna's of massagehuizen en daarvoor mag wel
reclame gemaakt worden.
-
In Londen kan men
in menig telefooncel zogenaamde tart cards
aantreffen, kaartjes met advertenties voor
callgirls. Officieel is het plaatsen van deze
kaartjes echter verboden.
[24]
-
In Las Vegas zijn
zowel prostitutie als het adverteren hiervoor
officieel verboden. Op de Las Vegas Boulevard
worden echter flyers uitgedeeld waarin
prostituees hun diensten aanbieden. Dit wordt
oogluikend toegestaan.
Prostitutie in de populaire cultuur
In literatuur
-
Verschillende
werken van Neel Doff
-
Rood paleis
(F. Bordewijk, 1936)
-
''Die Insel des
zweiten Gesichts (Albert Vigoleis Thelen,
1953)
-
The Happy Hooker:
My own story
(Xaviera Hollander, 1971)
-
Hoerenlopen
(Boudewijn van Houten, 1977)
-
Hoeren
(Ischa Meijer, 1979)
-
Het verrotte leven
van Floortje Bloem
(Yvonne Keuls, 1982)
-
Blauw is bitter
(Dirk Bracke, 1994)
-
Lelieblank,
scharlakenrood
(Michel Faber, 2003)
-
De asielzoeker(Arnon
Grunberg, 2003)
-
Zonder moeder
(Karina Schaapman, 2004)
-
Vals licht
(Joost Zwagerman, 2004)
-
Elf minuten
(Paulo Coelho, 2004)
-
Loverboys
(Helen Vreeswijk, 2005)
-
Tegengif
(Judith Visser, 2006)
In speelfilms
-
Irma la Douce
(1963)
-
Belle de jour
(1967)
-
Wat Zien Ik!?
(1971)
-
Keetje Tippel
(1975)
-
Carrie (1976)
-
Christiane F.
(1981)
-
Pretty Woman (1990)
-
Leaving Las Vegas
(1995)
-
Moulin Rouge!
(2001)
-
Yo, Puta (2004)
-
De Kus (2004)
In
televisieseries
-
De South
Park-aflevering Chickenpox (1998) bevat het
karakter Old Frida, een straatprostituee met
herpes.
In
computerspellen
-
Grand Theft Auto:
San Andreas
(2004) bevat diverse tippelprostituees die de
speler kan oppikken, en enkele erotische clubs.
Ook kan de speler een pimp-level spelen.
-
Fable: The Lost
Chapters
(2005) bevat de Darkwood Bordello waar de
speler een raadsel kan oplossen.
-
Red Light District
is een spel dat speelt als een adventuregame,
waarin de speler naar een prostituee op de
Wallen moet gaan. Hierbij moet hij onder andere
vermijden zijn vrouw (!) tegen het lijf te
lopen.
-
In eerste deel van
de Leisure Suit Larry serie levert
prostitueebezoek een hoge score op. Als Larry
echter vergeet een condoom te gebruiken zal hij
geïnfecteerd raken en sterven (game over!).
Externe links
Bronnen, noten
en/of referenties
|
Bronnen, noten en/of referenties: |
Voetnoten
-
^ Tot
en met achttiende eeuw in eerste
opzet grotendeels overgenomen uit:
Engelse wikipedia, Prostitution
-
^
Engelse wikipedia, Lupanar (Pompeii)
-
^ Een
exact citaat, met bronvermelding, van een
kerkvader uit de eerste eeuwen, desnoods uit
de vroege middeleeuwen, betreffende
prostitutie, zou de kwaliteit van deze
paragraaf aanzienlijk verhogen. Wie is
deskundig genoeg om ergens zo’n citaat op te
sporen?
-
^
Trinitair christendom. Zie ook
Christendom verheven tot staatsgodsdienst.
-
^
a
b McCall, Andrew:
"The Medieval Underworld". Hamish Hamilton,
1979,
ISBN 0750937270
-
^ De Engelse wikipedia (Prostitution)
verwijst naar het boek van McCall, Andrew:
"The Medieval Underworld". Hamish Hamilton,
1979,
ISBN 0750937270, en citeert Augustinus
als: "If you expel prostitution from
society, you will unsettle everything on
account of lusts".
-
^
Vries, Petra de (2000): Duel met
Hendrik Pierson. Mannelijke seksualiteit en
de Nederlandse natie rond 1900, Jaarboek
voor Vrouwengeschiedenis 20, 18-40,
ISBN 9068611925
^
Vries, P. de, (1998):
De publieke vrouw als object van de staat.
Invoering en opheffing bordeelverbod en de
politieke strijd rond de prostitutie,
Nemesis 1998 nr. 3, p. 62-67.
^
Vries, P. de, (1999):
De ketenen van de blanke slavin en het
belastbare inkomen van de sekswerkster.
Honderd jaar feminisme en prostitutie in
Nederland, in: Eeuwige kwesties.
Honderd jaar vrouwen en recht in Nederland,
jubileumuitgave Nemesis, Deventer, p.
140-153.
^
Doorninck, M. van
Om verderf van een nog walgelijker aard te
voorkomen, NRC-Handelsblad, 16
oktober 1999
^ Mensenhandel is niet hetzelfde als
mensensmokkel.
^ NRC Handelsblad 22 augustus 2008
^ NRC Handelsblad 18 november
1998
^
'Loverboys' of modern pooierschap in
Amsterdam, december 2004
^
Zie ook het artikel van Ruth Hopkins in het
NRC HandelsbladAmsterdamse
politie staat machteloos tegenover loverboys,
1-10-2005
^
‘Schone Schijn’, gevonden op internet
21-8-2008
^
Evaluatie opheffing bordeelverbod,
deelonderzoek 1: gemeentelijk beleid
^
Landenrapporten over mensenrechten - 2005
“the Bureau of Democracy, Human Rights and
Labor” (USA), 8 maart 2006,
http://www.uspolicy.be/ra/mensenrechten_rapport_2005.htm
^
Women's Justice Center - Why hasn't anyone
tried this before?
^
Teela Sanders - Evidence to Local Government
Committee on Prostitution
^ De
Amerikaanse libertaire professor en auteur
Walter Block is hier een voorbeeld van. Hij
wijst erop dat iedereen die seks heeft,
daarvoor betaalt en zichzelf ervoor
aanbiedt, ook als dat niet voor contant geld
is: "De andere mogelijkheid is: Aantonen dat
we altijd betalen voor seks--wij allemaal,
te allen tijde--en daarom zouden we ons niet
druk moeten maken over de financiële
overeenkomst tussen een beroeps-prostituee
en een klant. (...) Op zijn minst moeten we
onze toekomstige partners toch wel iets
aanbieden, voor ze er in toestemmen seks met
ons te bedrijven." Volgens Block is het
tegengaan van prostitutie hypocriet.
Walter Block - Ter verdediging van
prostitutie
^
http://www.cdc.gov/mmwr/preview/mmwrhtml/00000891.htm
"Risk factors for AIDS in female prostitutes
may be similar to those in other women
living in these geographic areas".
^
Bijvoorbeeld in het
Algemeen Dagblad en
De Telegraaf
^
http://www.corkscrew-balloon.com/cork/99london/fonegirl.html
Literatuur
- John Preston:
Hustling, a gentleman's guide to the fine
art of homosexual prostitution,
Masquerade Books, New York, 1994,
ISBN 1563331373.
- Néstor Osvaldo
Perlongher: O negócio do michê,
prostituição viril em São Paulo, 1.a
edição 1987, Editora brasiliense, São Paulo,
SP.
|
Meer
informatie vind je op de sexservicegids onder het
kopje 'veilig vrijen, soa en aids'.
|